Hoofdpijn is helaas een veel voorkomende klacht onder veel mensen. Helaas is het ook een klacht waar vele oorzaken voor kunnen zijn. Hoofdpijn die ontstaat uit een oogheelkundige oorzaak ontstaat vaak naar verloop van tijd. Dit kan in de loop van de dag zijn na het dragen van lenzen of te lang naar een beeldscherm staren. De pijn zit meestal boven de ogen of bij een of beide slapen. Mensen hebben vaak het idee dat de hoofdpijn achter de ogen afkomstig is. In de praktijk zijn echter maar weinig mensen met hoofdpijn waar een oogafwijking aan te grond slag licht.

Hieronder staan een aantal voorbeelden beschreven met vormen van hoofdpijn die door oogverschijnselen of oogklachten veroorzaakt kunnen worden.

Oogheelkundige oorzaken van hoofdpijn

De volgende oogheelkundige afwijkingen kunnen onder andere hoofdpijn veroorzaken

Een niet (goed) gecorrigeerde brilafwijking. Verworven refractie­afwijkingen leiden over het algemeen tot veranderingen in de gezichtsscherpte(visus) en/of tot asthenopie. Asthenope klachten zijn spoedig optredende vermoeidheid bij het kijken. De symptomen zijn soms moeilijk te omschrijven. Zo kunnen een onaangenaam gevoel, wazig zien en een tintelend of stekend gevoel in de ogen symptomen zijn van refractie­afwijkingen. Verziendheid (hypermetropie) heeft vooral invloed op het zien van dichtbij, terwijl bijziendheid (myopie) het verafzien nadelig beïnvloedt.

Bij symptomen die buiten het oog zijn gelokaliseerd, zoals frontale hoofdpijn, mn in de avond, en nekpijn moet worden gedacht aan een refractieafwijking of een andere oogafwijking. Andere manifestaties die minder vaak op een oogheelkundige oorsprongwijzen, zijn algehele malaise, duizeligheid en misselijkheid. Om scherp te zien is het nodig dat lichtstralen of beelden precies op het netvlies van het oog samenvallen. Bij het normale oog zorgen hoornvlies en lens in het oog ervoor, dat bij zien in de verte een scherp beeld op het netvlies ontstaat.

De volgende brilafwijkingen kunnen leiden tot hoofdpijn:

Verziendheid (hypermetropie)

Bij verziendheid komt het beeld bij veraf kijken achter het netvlies terecht; om de brandpunten op het netvlies te krijgen moet een plusbril worden gegeven. Indien men geen bril opzet zal het beeld onscherp zijn. Echter op jonge leeftijd kan men dit toch corrigeren door te accommoderen. De ogen die normaliter bij veraf kijken in een rustsituatie zijn, worden nu ingespannen om het beeld toch scherp te stellen. Een hypermetroop oog is dus steeds aan het compenseren door accommodatieve inspanning. Dit kost energie want het oog is niet in rusttoestand. Dit wordt een “latente hypermetropie” genoemd. Dit leidt tot hoofdpijnklachten, meestal in de loop van de dag of bij het lezen.

Overgecorrigeerde bijziendheid (myopie)

Wanneer het hoornvlies te bol is of het oog te lang is dan worden de binnenvallende stralen te vee gebroken. Lichtstralen worden hierdoor te sterk afgebogen en vallen niet óp, maar vóór het netvlies (in het glasvocht). Op het netvlies zelf ontstaat geen scherp beeld; men spreekt dan van myopie (bijziendheid). Als een myoop een te sterke bril krijgt voorgeschreven, verplaatst het beeld te ver achter het netvlies. Er ontstaat door de overcorrectie eigenlijk een verziendheid oog (hypermetropie). Hoewel er dan eigenlijk een onscherp beeld zou ontstaan, zijn de jongeren in staat om deze overcorrectie weer te corrigeren door middel van accommodatie. Deze accommodatieve inspanning kost energie want het oog is niet in rusttoestand. Dit leidt tot hoofdpijnklachten, meestal in de loop van de dag en bij het lezen. Bij jongeren komt het nogal eens voor dat de min­bril te sterk is opgemeten.

Leesbril (Presbyopie)

Het vermogen om te accommoderen loopt met het ouder worden af. Kinderen zijn in staat enorm te accommoderen, ouderen juist niet meer. Tot ongeveer 42­45 jaar kan het oog nog voldoende accommoderen om te kunnen lezen. Hierna wordt de lens stugger waardoor het lezen (zonder bril) niet goed meer mogelijk is. Het oog is niet meer in staat de 3 dioptrieën te accommoderen die nodig zijn voor het lezen. Vandaar dat men meestal een leesbril nodig heeft vanaf ongeveer 42­/45 jaar. Aangezien de accommodatie verder terugloopt, zal het leesdeel van de bril bij het ouder worden verder toenemen. Deze leeftijdsgebonden afname van het accomodatievermogen, presbyopie genoemd, overkomt ons allemaal en is in feite alleen met een (lees)bril te corrigeren. Onvoldoende correctie leidt tot leesproblemen en soms tot hoofdpijn. Zie ook informatie op de website “Brilsterkte”.

Cylindrische afwijking

Ook een ongecorrigeerde cylindrische afwijking of een verkeerd plaatsen van de as van de cylinder kan klachten geven. Uitgebreide informatie over cylindrische afwijkingen (astigmatisme genoemd) vindt u op de website bij “Brilsterkte”).

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Vragen na aanleiding van dit artikel?
Laat eenvoudig een reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>