Het Charles Bonnet syndroom

0

In dit artikel staat het Charles Bonnet syndroom centraal (kortweg CBS). Dit syndroom dankt zijn naam aan de Zwitserse wetenschapper Charles Bonnet die het fenomeen rond 1760 beschreef. Het Charles Bonnet syndroom komt relatief vaak voor, maar alleen bij blinde en slechtziende mensen (bij ongeveer 15%).

Symptomen

Wat houdt dit syndroom in? Bij het Charles Bonnet syndroom hebben mensen last van hallucinaties (waanbeelden) en zien ze dingen die niet bestaan. Iemand met CBS weet wel dat de waargenomen beelden niet realistisch zijn (in tegenstelling tot mensen met een psychose). We noemen dit ook wel pseudo-hallucinaties.

Vaak gaat het om scherpe waarnemingen, verschillend van vorm. Denk aan vormen van mensen, dieren of dingen maar ook huizen, landschappen en onduidelijke vormen. Soms zijn de beelden niet kloppend (fantasiefiguren) en ziet men ook kleuren. En dat terwijl men normaal gesproken slecht of helemaal niet meer kan zien.

Het is belangrijk om vast te stellen dat het Charles Bonnet syndroom niet psychogeen is. Dat wil zeggen dat CBS geen psychische afwijking is. Mensen die er last van hebben zijn dus geestelijk gezond.
Wel kunnen dergelijke waarnemingen behoorlijk eng zijn en mensen angstig maken. Gelukkig gaan de beelden vanzelf weer weg, meestal na een paar seconden tot enkele minuten.
Niet iedereen met CBS heeft er in dezelfde mate last van. Sommige mensen hebben het elke dag, anderen hebben maar zelden last van de pseudo-hallucinaties. Soms spelen de omstandigheden ook mee.

Oorzaak

Hoe ontstaan zulke pseudo-hallucinaties? De ogen van slechtzienden en blinden ontvangen weinig of geen beelden meer. De hersenen staan echter niet stil (in dit geval de visuele cortex). Bij het Charles Bonnet syndroom vormt het brein op z’n eigen houtje beelden. We zien hetzelfde fenomeen bij mensen met verwijderde ledematen (fantoompijn) en dove mensen die soms nog melodieën horen.

Behandeling

Aan het Charles Bonnet syndroom valt helaas niets te doen. We kunnen de onwillekeurige acties van ons brein immers niet echt beïnvloeden. Toch kan het rustig knipperen met de ogen wel even helpen.
Zoals we hierboven al beschreven hebben, gaan de waanbeelden na verloop van tijd gewoon weer weg. Gelukkig maar, want zulke beelden kunnen best beangstigend zijn. We zien dan ook dat de meeste mensen die er last van hebben hun klachten niet direct durven te uiten. Uit schaamte houden ze het vaak voor zichzelf.
Het Charles Bonnet syndroom komt meestal op latere leeftijd voor. Belangrijk om te weten: het zien van flitsen, sterretjes of vlekken zijn geen symptomen die bij het Charles Bonnet syndroom horen.



Lees hieronder ervaringen, bevindingen en vraagstukken van anderen

Delen.

Laat uw reactie achter en help andere bezoekers